Lennart's weblog

Open source, computers, Africa and other more (or less) interesting stuff.

Tag: Butare (page 1 of 2)

Uganda en het einde

Jullie hadden nog wat van me tegoed: het laatste deel van mijn heldenepos over de avonturen in centraal Afrika.

Na ons gorilla-avontuur op de flanken van de vulkanen zijn we naar Kigali gereisd om daar een dagje bij te komen van het inspannende avontuur. En zo vertrokken we, een dag later dan gepland, op vrijdag 3 augustus vertrokken naar Uganda. Met de VIP bus. Een dikke acht uur over een soms goede, maar regelmatig slechte weg richting Kampala. Na ruim een uurtje kwamen we aan bij de Rwandese-Ugandese grens. Een verademing want twee uur in de rij staan. Dat was lekker, want m’n benen konden eindelijk weer even gestrekt worden, en je had even rust aan je kop. Want in VIP bussen hebben ze video. Met fantastische Ugandese rap, of erger nog, gospels… Kortom, hel. Zelfs m’n oordopjes konden het geluid niet onderdrukken, daarvoor houden ze teveel van oehoerend hard.

Enfin, de aankomst in Kampala was fantastisch. Wat een heerlijke grote stad was dat na Butare en Kigali. Een verademing. Behalve letterlijk dan, want dan valt je ook op dat het verkeer in Kigali niet eens zo heel erg verstopt zit. En dat het anti-plastic-zakken-beleid en het maandelijkse verplichte gemeenschapswerk (iedereen moet z’n straat schoonmaken of ander werk doen voor de gemeenschap) in Rwanda z’n vruchten afwerpt. Maar toch, het was heerlijk om de veelheid aan hoge gebouwen en winkels te aanschouwen. Een mens mist de consumptiemaatschappij soms best :-).
Na wat omzwervingen kwamen we uiteindelijk bij een hostel uit dat nog wel plek had en ik vond het prima. Even zitten en bijkomen. En het had wat weg van een camping met een wat groot uitgevallen kantine, dus voor mij perfect voor het vakantiegevoel.

Zaterdag hebben we uitgerust en lekker gegeten bij een Italiaan. En zondag kwam de klapper. Raften op de Nijl bij het plaatsje Jinja, waar de Nijl uit het Victoriameer stroomt. Wat een heerlijke dag! Lekker veel stroomversnellingen en fantastisch weer. Adrift had het perfect geregeld. We werden opgehaald en weer thuisgebracht en na afloop was er een BBQtje met wat bier om weer op krachten te komen.

De drie dagen daarop hadden we een safari geboekt naar Murchison Falls National Park. Met een busje, een jeep, twee chauffeurs, vier Britten van mijn leeftijd en een gezin van zes Nederlanders (ja, die zijn er meer) gingen we op pad. Ditmaal over de beste weg die ik in heel Afrika gezien heb. Lang, recht, en onlangs geasfalteerd. Een genot!
Het middagprogramma bestond uit een tochtje naar de Murchison Falls, alwaar de Nijl zich door een zes meter brede kloof wringt. Erg spectaculair! En toen naar het basiskamp. Met bar! En ‘s avonds werd er lekker voor ons gekookt waarna we moe in ons tentje (!) kropen, maar niet voordat we even naar de wrattenzwijnen hadden gekeken die gezellig het terrein op waren gewandeld op zoek naar restjes.
De volgende ochtend vroeg op voor een game drive. Leuke beestjes gezien! Olifanten, giraffen, apen, hertjes in allerlei soorten en maten en zelfs twee leeuwinnen op jacht. Alleen geen zebra’s niet, die hadden ze niet. Na een lekker lunch zijn we weer vertrokken, ditmaal voor een cruise op de Nijl. Langs hippo’s en krokodillen op naar Murchison Falls, maar nu dan van onderaf gezien. Nou ja, onderaf, je blijft er toch nog een behoorlijk stuk vandaan. Ik vermoed dat ons bootje niet zo tegen de stroming was opgewassen en wellicht wilden ze ook niet het risico lopen op een botsing met rotsen. Of erachter komen dat keren in de kloof wat moeilijk is.
Woensdag, de laatste dag van de safari, begon weer met een heerlijk ontbijt waarna we naar het begin van het park reden, waar een bos is met chimpansees. Ons gorilla-avontuur indachtig waren we ietwat huiverig, maar de bergen waren lang niet zo hoog. Eigenlijk gewoon heuveltjes, dus dat viel goed mee. Wel weer een wandeling van een uur of drie, dus we waren desalniettemin blij om het weer gered te hebben. Na een wederom goede lunch (onze chauffeuse was een fantastische kokin!) vertrokken we weer richting Kampala. Daar alles klaar gemaakt voor de terugreis naar Kigali. Weer met de bus, weer klereherrie (maar beter dan de heenweg, geen gospel maar Nigeriaanse soaps). Donderdagavond kwamen we moe maar erg voldaan weer in Kigali aan.

Vrijdag de 10e zijn we, na wat boodschappen te hebben gedaan bij La Galette, weer met de Volcano bus naar Butare gereden. Een heerlijke thuiskomst. De Texaan en de Pakistaan hadden de boel nog redelijk op orde, hoewel ze me wel gemist hadden :-). En de Koreaan? Wat hij ervan vond weet niemand.

De volgende dag had ik m’n afscheidsfeestje gepland, maar eerst moesten we ‘s ochtends nog even naar de bruiloft van Alice, een collega van mij bij de Research Commissie. We hadden ervoor gekozen om naar de bruidsschatceremonie te gaan omdat dat toch wel heel anders is dan bij ons. De twee families zitten tegenover elkaar en er wordt breed uitgemeten hoe goed de familie van de bruid wel is en dat de vader van de bruidegom dus over de brug moet komen. Er gaan wat flessen whisky richting de vader van de bruid en er wordt veel gelachen. Even later mogen ook andere mannen van de families zich ermee bemoeien en worden er wat oude koeien uit de sloot gehaald over hoe leden van de ene familie leden uit de andere al dan niet onjuist hebben bejegend. Maar alles onder het genot van Fanta en veel gelach. Uiteindelijk komt er zelfs even een echte koe om de hoek kijken en wordt er een traditionele dans uitgevoerd. De ‘herders’ komen nog een verhaal vertellen (of zoiets) en dan komt eindelijk de bruid naar buiten. En dan is er champagne! Voor het bruidspaar, welteverstaan.
Daarna zijn we weggegaan, het liep al tegen de middag en er moest nog ingekocht worden voor het feest. Uiteindelijk hadden we mooi alles op tijd klaar en kwamen de eerste mensen binnendruppelen. Helaas was, geheel in Rwandese stijl, de kok van Chez Gicongoro nog niet aan het maken van de brochettes toegekomen, toen mijn huisgenoten daar aankwamen om ze op te halen. Dus dat duurde wat langer, maar het mocht de pret niet drukken, het werd toch nog een gezellige avond!

De week die daarop volgde stond in het teken van achter m’n laatste geld aanzitten, nog wat bespreken en een borrel met het hoofd van Natuurkunden en een etentje bij m’n baas van de research commission. En Lean mocht mooi ‘de vrouw van’ spelen :-). Uiteindelijk is het niet gelukt om m’n cheque op tijd te krijgen, maar gelukkig vloog de Texaan toch via Amsterdam, dus met een handgeschreven machtiging van mij is het hem een maandje later toch gelukt om de dollars te cashen. Toppie!

En zo kwam er op donderdag 17 juli dan toch een einde aan een avontuurlijk half jaar. Ik ben ontzettend blij dat ik het gedaan heb. Ik heb het, ondanks sommige dipjes, vreselijk naar m’n zin gehad. En wie weet ga ik volgend jaar nog wel even terug voor een maandje. Dat aanbod heb ik in elk geval op zak!

Bedankt voor al jullie steun en reacties!

Len.

Hoe Raymond aan z’n einde kwam…

Raymond was de nieuwste inwoner van “Chez Mzungu”. Hij kwam woensdagmiddag aan onder de hoede van Israel. Eerst was ‘ie wat versuft, maar al snel ging het beter met ‘m. Een boterham en wat drinken later was ‘ie weer aanspreekbaar. Israel en ik hebben toen maar snel een slaapplaats voor ‘m in elkaar geflansd. Het was maar voor één nachtje, gelukkig, want de volgende ochtend om 4:50 stond Raymond de buurt al bij elkaar te schreeuwen. En dat hield eigenlijk niet meer op. Donderdagmiddag is ‘ie heengegaan, en dat hebben we ‘s avonds met vrienden gevierd (daar ging m’n laatste Belgische bier)!

In de tijd dat Claudio de Zwitser nog hier woonde hadden we al eens het plan opgevat om zelf een kip te slachten, want kippenvlees is hier niet zomaar voorradig in de supermarkt. Maar goed, gebrek aan tijd, gebrek aan kennis (geen van ons had eerder een kip geslacht en zelfs Israel niet) leidden tot uitstel. Toen de Karssentjes op visite waren kwam het plan nogmaals boven tafel, maar ook toen hadden we er geen tijd voor.

En nu, een maand later blijken zowel de Texaan als de Pakistaan eerder kippen (en meer) geslacht te hebben, dus was het plan snel gemaakt. Donderdagavond zou er Pakistaanse kip gekookt worden. Dus Israel en de Pakistaan woensdag naar de markt voor een kip. ‘t Werd een behoorlijk grote haan. Toen Israel thuiskwam hebben we achter het huis een provisorisch hok gemaakt met wat oud spaanplaat. Schoteltje water erin, stukjes brood en klaar was ‘ie. Op weg naar de uni na de lunch vertelde ik de Koreaan over de plannen. Hij vond het een goed idee. Maar, de haan moest Liesje Raymond heten, naar z’n baas. Kon ‘ie mooi z’n frustraties uiten. Zo gezegd, zo gedaan.

Donderdagochtend was de haan zeker niet suf meer. Om 4:50 werd ik de eerste keer wakker van z’n gekraai en dat is eigenlijk zo doorgegaan tot de beide slagers ‘m om 15:30 omlegden. Best een ervaring, zo’n beest slachten. En de twee heren waren ook weer niet zo ervaren, ‘t was voor beiden al weer even geleden, maar gelukkig was onze nieuwe tuinman/nachtwaker/portier er bij. Hij had het duidelijk vaker gedaan, en zo werd het een groepsgebeuren van heb ik jou daar. Alle bewoners van “Chez Mzungu” waren aanwezig, inclusief de Koreaan natuurlijk.

‘s Avonds met wat vrienden lekker Pakistaanse kip met rijst gegeten. De haan was wat taai, maar dat mocht de pret niet drukken. Kortom, ook als deze kok weg is, zal “Chez Mzungu” nog wel even doordraaien. Slechts de menukaart zal wat veranderen.

Graceland

Lekker op tijd thuis, tonic met citroen, Paul Simons Graceland op de achtergrond en kijken naar African skies. Even terug naar Afrika in de jaren tachtig…

Kortom, het is weer eens een mooie dag in dit mooie land. Daar komt bij dat we sinds vanochtend een nieuwe nachtwaker hebben. Eentje met minder entertainment dan de vorige, dat wel. Maar ook een die z’n werk wel doet (vooralsnog). Dus geen gesalueer meer als we binnenkomen. Geen gedans op de veranda. Maar ook geen keiharde radio (omdat de volumeknop stuk was), en geen gedonder met weggaan zonder toestemming. We hebben er alle vertrouwen in!

Vanavond weer lekker eten bij Chez Gikongoro (de Chinees).

Over Noorwegen, Kigali en Chez Mzungu

Vorige week zaterdag (6/6), lekker weer en dus was Lennart te vinden in het zwembad van het Credo hotel. Lekker genieten van het warme weer, een Fanta citron en koud, helder zwembadwater. De enige andere aanwezige witneuzen waren twee meiden. Je luistert wat, probeert de taal te ontcijferen, maar echt lukken wilde het niet. Soms leek het Duits, soms dacht ik dat het Tsjechisch of iets anders Oost-Europees was. Of wellicht Fins. Toen ze weggingen raakten we aan de praat, het bleek Noors te zijn. Toen realiseerde ik me ook dat ik ze in m’n eerste week ook al gezien had, toen ik regelmatig bij Ibis lunchte. Ze werken als vrijwilliger voor het Noorse Rode Kruis, negen maanden in Rwanda lokale Rode Kruis-vrijwilligers helpen opleiden. Ben met ze richting de stad gelopen, want ik moest toch nog boodschappen doen. Bleek dat ze al snel weer terug naar Noorwegen gingen. Jammer!

Nadat ik langs de markt was geweest kwam ik ze tegen bij Matar. Weer aan de praat geraakt natuurlijk en dus maar lekker een versgeperst aardbeiensapje besteld terwijl ze hun pannenkoeken verder opaten. Bleek dat ze dat sapje nog nooit gehad hadden. En dat is een van de beste dingen in town! Pure gepureerde aarbei! Hmmmmmm! Leverde
me meteen een uitnodiging op om die avond mee te gaan naar de Melo Twist, onze lokale disco/dancing. Ze gaven namelijk hun afsccheidsfeestje, maar de lokale collega’s waren niet zo van het uitgaan enzo. Hier is zo’n feestje vaak rond negenen afgelopen. Ze moesten zelfs stoelen op een rijtje zetten en speeches verzorgen en aanhoren. Arme schapen, hadden niemand om mee uit te gaan. En, je kent me, nooit te beroerd om iemand uit de brand te helpen, dus de Texaan, z’n collegastagiair en ik waren die avond ook mooi te vinden in de Melo Twist. Voor mij de derde keer, en, dat moet gezegd, de gezelligste. Rond 4:00 thuis :-). De eeste keer hier in Rwanda.

De volgende dag weer mooi weer, en omdat we toch te moe waren om ietszinnigs te doen, lekker weer naar het zwembad vertrokken, hoewel het al drie uur was. Door de ligging van het zwembad aan de verkeerde kant van de heuvel is de zon al rond 16:00 uit het zicht. De meiden bleken hetzelfde idee te hebben gehad, dus dat was weer even gezellig. Bleek dat ze ook onze lokale superchinees, restaurant “Chez Gicongoro” niet kenden. De leverde hun dus een uitnodiging op om die avond met ons (de twee Texanen en mij) aldaar door te brengen. De arme schapen wisten wederom niet wat hen overkwam op culinair gebied. Zo blijkt maar weer dat Irene gelijk had: “Het maakt hier niet uit wie je bent, maar wie je kent!”.

Na afloop van die gezellige avond hebben we ze meteen maar uitgenodigd voor wat inmiddels een klassieker mag heten: mijn lasagne. (Ik voel met net Hyacinth “it’s BOUQUET!” Bucket: “I’ll invite you to one of my candlelight suppers…”.) En voor degenen die wat wantrouwend worden: ze zijn allebei bezet in Noorwegen, dus niks aan het handje.

Dinsdagavond was inderdaad gezellig en geslaagd. Weer het een en ander geleerd over het belang van voldoende kaas op de lasagne. Woensdag bracht een verrassing: ik wordt tegen vijven gebeld door Engelbert (de man op de uni die over het huis gaat) dat ‘ie over een half uurtje komt met de nieuwe huisgenoot. Ik wist van niks! Maar goed, een uurtje later komt ‘ie inderdaad aan met een nieuwe gast. Een Pakistaan (recentelijk uit Zweden) die hier drie
maanden komt helpen met de ICT infrastructuur van de uni. Gelukkig wel een gezellige vent, want met vier kerels in huis voelt het ineens erg vol aan. Ik weet alleen geen zak van cricket en het blijkt net dat het wereldkampioenschap aan de gang is… Eigenlijk wel prettig dat ik er niks van weet. Scheelt een hoop gebabbel aan m’n kop. Dat mag de
Texaan nu opvangen, die heeft twee jaar Peace Corps in de Caribean achter de rug en weet dus wel de bal van de bat de onderscheiden :-).

Afgelopen vrijdag zijn de in-house-Texaan, de andere stagiair uit Texas en ik naar Kigali vertrokken. We zouden de Noorsen daar ontmoeten om hun afscheid te vieren. Ze hadden ons aangeraden in de Auberge La Caverne te slapen en inderdaad, dat is een leuk en niet duur plekje. Geen franje, maar centraal gelegen (voor de kenners, net
iets onder de rotonde, aan de weg richting Butare). Erg handig.
Als dank voor de lasagne van dinsdag trakteerden de dames ons op tapas bij de lokale Spanjaard (restaurant Torero). Ik wist niet dat die tent bestond, maar het was er super. Voor ons provincialen toch echt weer even wennen. Zowel aan de concentratie witten, als aan de heerlijk westerse muziek, en niet te vergeten de grote-stad-prijzen. Niks
brochette voor 1500RwF hier. Die avond was er live muziek, fantastisch! Een band die bluez en rock&roll speelde. Terwijl wij op de meiden wachtten, die nog een afscheidsreceptie van het Rode Kruis hadden hebben we mooi kunnen volgen hoe e.e.a. werd opgebouwd. Uiteindelijk kwamen de dames, na ons verscheiden malen op de hoogte te hebben gehouden via SMS, rond 22:30 aan in het restaurant. Rwandese speeches duren erg lang! Maar goed, toen konden we ons dan eindelijk tegoed doen aan heerlijk ‘anders’ eten. Ter afsluiting lekker gedanst en rond een uur of twee weer richting de kooi. Kortom, een fantastische avond.

Kortom, de afgelopen week stond overduidelijk in het teken van Noorse dames. Erg jammer dat we elkaar niet eerder ontmoet/gesproken hebben, dan hadden we allemaal een nog leukere tijd gehad.

Vanochtend lekker uitgeslapen (nadat ik wel Israels radio uit moest zetten, want die knakker stond al zingend de vloer te boenen…). Rustig verder geprobeerd te slapen en rond een uur of twaalf opgestaan. Verder rustig aan gedaan. Vanavond lekker couscous gekookt voor de heren (exclusief de Koreaan natuurlijk, die eet nooit mee). Had afgelopen week namelijk voor het eerst een courgette gevonden. Een welkome afwisseling op het groentemenu. Als ze nu ook nog harissa en lam hadden gehad was het perfect geweest. Desalniettemin waren de reacties positief :-).

Door de komst van de Pakistaan en mijn aanstaande semi-vertrek hadden we van de week tegen elkaar gezegd dat het voorlopig wel uit zou zijn met ons Restaurant “Chez Mzungu” en het uitnodigen van allerlei vrouwelijk schoon (want om onbekende redenen is het aantal mannelijke gasten altijd bijzonder laag geweest). Met vier man in het huis is het al snel druk en wordt gasten uitnodigen lastig. Helemaal als de chefkok ook nog eens op pad is. Maar goed, om het gevoel nog even vast te houden heb ik in een creatieve bui vandaag een zwarte stift en wat A4tjes ter hand genomen. Dus sinds twee uur des middags hangt er een mooi ‘spandoek’ “Chez Mzungu” Boven de keukendeur en de eettafel. Het wordt hier nog gezellig :-). De Texaan was bij thuiskomst aangenaam verrast. Dat kon ‘ie ook wel een beetje gebruiken, want beide Texanen wilden vandaag naar Nyungwe gaan en hadden daartoe de bus geboekt die uit Kigali richting Cyangugu gaat. De bus kwam netjes om 8:30 aan en er was inderdaad plek. Tot zover alles goed. Alleen waren ze vergeten aan te geven dat ze bij het Guesthouse uit wilden stappen. Domdomdom, zoiets ruikt ook een Rwandese buschauffeur niet. Dus eindigden ze in Cyangugu, aan de Congolese grens :-). Na een lunch daar was het enige dat ze konden doen de bus terugnemen, wilden ze nog voor het donker thuis zijn. Maar goed, ze zijn toch mooi twee keer door Nyungwe Forest gereden :-). Gelukkig hadden ze wel aapies gezien onderweg.

In Kigali hadden we een wereldkaart gekocht voor Israel. Een ideetje van de Texaan. Zo kan ‘ie mooi aangeven uit welke landen hij ‘gasten’ heeft gehad. Israel was helemaal verbaasd, maar zodra ‘ie doorhad wat de bedoeling was en dat de kaart midden in de woonkamer kwam te hangen was ‘ie weer grijns van oor tot oor. Ik hoop voor hem dat ‘ie nog veel naamkaartjes toe kan voegen.

Er is inmiddels ook weer nieuws over het hoofdstuk “Hoe krijgen we de tuinman/gatekeeper/nachtwaker ontslagen”: Vorige week kreeg ‘ie eindelijk z’n ontslag aangezegd. Als alles goed gaat (als!), dan is de oude morgen exit hebben we een nieuwe. Eens zien of we niet van de regen in de drup terechtkomen :-).

Nog iets meer dan een week en dan komt Lean! Nog een weekje werken en dan zit het echte werk erop. Dan volgen nog een week of drie reizen en dan zit is dit avontuur ook weer ten einde… Wel jammer, maar ook wel weer lekker om naar huis te gaan. Zeker zo zonder ‘t meisje is het hier soms best eenzaam, ondanks alle leuke contacten. Als ik terug ben in ons Kikkerlandje zal ik wel weer anders piepen.

En op de tonen van Pater Moeskroens “Roodkapje” (“NAAR OMAAA!”) neem ik weer afscheid van m’n publiek. Hopelijk spreken we elkaar nog voor Lean en ik op pad gaan.

Wederom Weekend

En zo is er weer een week voorbij in Butare. De eerste week met m’n nieuwe Texaanse huisgenoot. De Zwister is nu alweer een kleine maand weg, dus wel prettig dat er weer iemand is om tegenaan te lullen. Deze jongen werkt voor het SPREAD landbouw project dat hier voonamelijk bekend is door de ontwikkeling van de Maraba koffie. Voor mij ook erg leuk, want dat zijn weer eens andere verhalen.

Verder deze week weinig interessants. Nog steeds genoeg werk overal. Lesgeven aan de wiskunde studenten is nu een van m’n favoriete bezigheden. Het gaat om wat computercursussen voor wetenschappelijke software, dus lekker hobbyen en ondertussen zelf e.e.a. bijleren. Verder probeer ik op de RC wat zaken af te ronden, maar dat gaat niet zo makkelijk. De directrice is momenteel in Finland, maar houdt de vinger strak aan de pols via de mail.

En dan moet er nog wel genoeg tijd overblijven voor ontspanning en genieten. Gelukkig gebeurd dat ook :-). Gisteren was helaas zeer regenachtig, maar werd uiteindelijk toch gezellig. De Texaan heeft ook in het Peace Corps gewerkt (in de Caribean) en had contact gezocht met enkele van de vrijwilligers hier. Bleek dat het een van de meiden was die ik ook ken. Degene die ook goed kan koken, dus hebben we haar en ‘r vriendje uitgenodigd om te komen eten. Eerst samen boodschappen gedaan zodat de Texaan meteen de markt kon zien. Vanwege de regen kon dat pas rond een uur of vijf als de markt al bijna dicht is. Gelukkig toch nog e.e.a. kunnen vinden en toen, met een paar flessen wijn, op huus an en aan de slag. Aardappeltjes uit de oven, boontjes en gehaktballen. We hadden eigenlijk Boeuf Stroganoff gepland, maar de lappen rundvlees waren op, dus dat ging niet door. En vooraf had ik tomaatjes gevuld met tonijnsalade gemaakt. En als toetje een plakje Belgische pure chocola (dankjewel familie!!). Zulke lekkere chocola bleek totaal onbekend bij de Amerikanen. Blij dat je ze dan toch nog wat bij kunt brengen ;-).
Uiteindelijk aten we pas om een uur of tien en uitdeindelijk werd het gezellig laat. Kortom, een geslaagde dag!

En zondag? Zondag was/is een typische zondag. Uitslapen, ontbijtje op de veranda en rond de middag (dat was het toch al) even de bult op, het centrum in, voor boodschapjes voor vanavond. Een glaasje op het terras van Ibis en vervolgens een alternatieve route naar huis gezocht. Richting het dal en de gebouwen van de watermaatschappij en het World Food Programme. Het weer,hoewel droog, was niet mooi genoeg om te gaan zwemmen, dus dan maar een wandeling. Volgende week eens kijken of we naar de overkant van het dal kunnen komen. Kijken wat er aan de andere kant van die heuvel ligt. En dan plannen we het vantevoren, zodat ik niet op m’n slippers loop en we een fles water meenemen :-).

Uiteindelijk bleef het droog en werd het weer heelijk zonnig. Dus zitten we nu lekker op de veranda. Glaasje tonic, nootjes, niks mis mee.

Voor degenen die op de hoogte zijn van het hoofdstuk “Hoe krijgen we de tuinman/gatekeeper/nachtwaker ontslagen”: Daar zit nog weinig schot in. De ontslagbrief schijnt klaar te zijn, de brief om de nieuwe aan te nemen ook, alleen moet er nog een hotemetoot een krabbel onder zetten. Ondertussen wachten wij. Zowel af als op de tuinman, want hij zou 20 minuten weggaan om wat te eten en dat was tweeeneenhalf uur geleden… Hij zal wel weer dronken zijn als ‘ie terugkomt. En vandeweek was ‘ie weer eens een middag, nacht en ochtend pispoten. Morgen maar weer eens bij personleeszaken langs. Kijken of we hier en daar niet wat pilipili moeten stoppen waar de zon niet schijnt.

Tot snel!

La vie au Rwanda

Na een week van hevige regenval lijkt het nu weer wat rustiger, en dat mag ook wel! Juni en juli vormen de droge tijd, dus onderhand moet het van dagelijks regen toch echt overgaan naar eens per week. Vandaag nog geen regen gehad, dus nu is het nog lekker genoeg om buiten te zitten. Lekker op de veranda. Op een van m’n nieuwe stoelen met een muziekje, een bacardi cola (dankjewel Dicky) en een sigaarjte (dankjewel mams). Luisteren naar de krekels en tot enkele minuten geleden nog kijken naar de vleermuizen (inmiddels is het daar te donker voor). Kortom, ça va bien au Rwanda!

Shit nu is m’n sigaar uit… Momentje….

Gisteren hebben de fysicastudenten examen gedaan. Zo op het eerste gezicht ziet het er goed uit. De besten waren na twee uur weg, en er waren er ook een paar die tot het eind bleven. Hopelijk halen ze niet allemaal een 9, anders was het mooi te makkelijk… Ach, ik kan altijd nog strafpunten voor slecht Engels geven :-). Onlangs kreeg ik ook te horen dat de wiskundestudenten (Master studenten, dus een paar jaar ouder dan de 3ejaars fysica) ook een examen moeten doen voor de computercursus (beetje Pyrhon en wat LaTeX) die ik ze geef. Ik dacht dat dat een beetje een ‘tussendoorcursusje’ was, maar blijkbaar niet. Ik vind het prima, wordt er ook netjes voor betaald (als alles administratief gezien goed gaat, natuurlijk).

Verder momenteel weinig nieuws. De Zwitserse huisgenoot is vandaag even teruggeweest. Hij heeft een reisje achter de rug door Burundi (met ons meegereden) naar Tanzania, Zanzibar achter de rug en vliegt vrijdag naar Zürich terug. Jammer voor mij, maar leuk voor hem! Kortom, het is wat stil in huis. Wellicht eens zien of het contact met de Koreaan wat aan te halen valt. Want het aantal muzungu’s in mijn omgeving loopt wat terug. Vorige week een bevriende Amerikaan uitgezwaaid die tijdelijk huiswaarts keert i.v.m. aanhoudende malaria (ja, het blijven de tropen hier). En de Peace Coprs meiden zitten alweer een maand op hun posts, en dat is niet in de buurt. Afgelopen weekend waren er een aantal in Butare i.v.m. de verjaardag van een van hen. Was weer ouderwets gezellig. Ben blij dat ik hun baan niet heb :-). Als ik door was gegaan met VSO was dat wel zo geweest. Lucky me!

Zo, de baco is op, de sigaar bijna, dus tijd om weer eens op te hangen.

Tot snel!

Kort koppie

Na ruim drie maanden van huis was het gisteren dan echt tijd om eens naar de kapper te gaan. Toen Niels en Erin hier in Februari waren is hij ook naar de kapper geweest en ik was nou niet echt onder de indruk van het resultaat. Vandaar dat ik het steeds heb uitgesteld.
Kapsalons zijn hier trouwens sowieso grappig, want menigeen noemt z’n nering “saloon” in plaats van “salon”. Helaas is er geen bar, zijn er geen klapdeuren en geen krukken. Er is wel een spiegel, maar of die bij knokpartijen ook snel wordt weggedragen weet ik niet :-).
Maar dat terzijde. Ik nam dus met enige angst plaats in de stoel om daar de Rwandese knipcultuur te proeven. Als snel werd duidelijk waarom Niels (en ik nu ook) naar buiten kwamen met een soort kruising tussen een eind-jaren-tachtig blockhead en een crew-cut uit het Amerikaanse leger: Ze gebruiken geen scharen! De kappers hier hebben slechts de tondeuse als favoriete wapen. Voor de gemiddels Afrikaanse man geen probleem, want die laat slechts haar staan in de range van 0 tot 2 mm. Maar ja, probeer mijn kuif of het haar midden op mijn hoofd maar eens met een tondeuse aan te pakken. Da’s verdomde lastig! Aan de achterkant en boven de oren is het geen probleem, vandaar het blockhead-achtige resultaat.
En wa kost da? Nou, voor een umuzungu kost da drie maal meer dan voor een local. 1500RwF, omgerekend zo’n €1,80 dus ja, wat kun je daar dan nog van zeggen? In NL ben ik het tienvoudige kwijt (maar dan zit wel in “Le Salon” in plaats van “Le Saloon” ;-)).

De week van genocideherdenking en Pasen

De afgelopen week was een bijzondere week, maar vooral ook een rustige week. Van afgelopen dinsdag tot en met vandaag is het namelijk de week van de herdenking van de genocide van 1994. Concreet betekent dat dat er elke dag alleen ‘s ochtends gewerkt wordt. Elke middag zijn er bijeenkomsten, en op de uni was er voor iedere faculteit/ieder onderdeel een avond/nacht waarop ze bijeenkwamen voor een wake.

Ik heb zelf de week gebruikt om lekker uit te rusten, de plechtigheden zijn immers toch in Kinyarwanda. Ik had allerlei grootse plannen om werk voor te bereiden, maar uiteindelijk won de mogelijkheid om lekker een boek te lezen, een computerspelletje te spelen of de tijd anderszins ledig door te brengen. Heerlijk!

Claudio en enkele andere bekenden waren het weekend voor de herdenkingsweek al vertrokken naar Lake Bunyoni in Zuid-Uganda. Het schijnt daar vreselijk mooi te zijn en ik had graag meegegaan, maar ja, zolang mijn paspoort nog niet terug is met het Rwandese visum… Ja, dat is nog steeds niet rond *zucht*. Halverwege de week voor de genocide kreeg ik te horen dat de immigratiedienst niet akkoord was met de papieren die ik ingestuurd had, omdat er geen contract bij zat. Een uitnodigingsbrief was niet voldoende. Gelukkig kon ik de volgende dag al naar de directeur PZ om een contract op te stellen. Dat betrof dan mijn werk bij de Research Commission, want voor fysica is men al een tijdje met een ander traject bezig, maar daarover later meer.
Maar goed, ‘s ochtends dus naar de directeur PZ om e.e.a. uit te leggen. Heb ‘m meteen naar m’n salarisbetalingen gevraagd en volgens hem was het volkomen logisch dat ik nog niks ontvangen had. Zonder contract bestond ik immers niet. In zijn systeem dan. En dat terwijl ik dus twee weken daarvoor een brief van de directeur financien bij zijn assistent had afgeleverd, waarin stond dat ik nu eindelijk eens betaald moest worden conform mijn uitnodigingsbrief (die natuurlijk was bijgevoegd). Maar goed, ‘s middags kon ik m’n contract al tekenen. Daarna moest het nog naar de rector voor ondertekening en dat heeft weer even geduurd (ook vanwege de halve werkdagen). Uiteindelijk is het contract afgelopen donderdag ondertekend en is het (als het goed is) vrijdag verzonden naar Kigali. Hopelijk komt de boel dus deze week rond bij de immigratiedienst.
Wat betreft mijn contract bij natuurkunde, dat gaat langzaam vooruit. Begin vorige week kreeg ik het document in handen, maar toen ik het doorlas was ik niet helemaal zeker van het uurbedrag dat er in stond. Thuis nog eens rustig nagerekend en het blijkt slechts ongeveer de helft te zijn van hetgeen mij toegezegd was (weliswaar per e-mail en niet voorzien van stempel natuurlijk). Maar goed, na wat informeren in het informele circuit (wat het heel goed doet in deze week van herdenkingen, alle muzungu’s zoeken elkaar op voor wat gezelligheid en tijdverdrijf) blijkt dat men het inderdaad erg laag vind. Deze week dus maar weer eens naar de burelen op de campus om het juiste bedrag uit te vinden. Zou ik dan toch nog betaald gaan krijgen voordat ik vertrek? Ik mag het hopen!

Van de dieptepunten weer even naar een hoogtepunt :-). Twee weken geleden, de zondag na de afsluiting van de studentenexpo op de campus, ben ik lekker gaan zwemmen bij het Credohotel. Een verademing na de hete dagen op het campusterrein. Daar ontmoette ik een groep meiden uit de VS die aan het zwembadvolleyballen waren en heb lekker een potje meegespeeld. Ze werken voor het Peace Corps en bleken ook sinds januari in Brutare te zijn ‘gelegerd’. Het Peace Corps bestaat uit vrijwilligers, en is vergelijkbaar met VSO. Ze gaan voor een contract
van twee jaar naar een ontwikkelingsland om daar in de kleine gemeenschappen nuttig werk te doen. Deze meiden waren bijna klaar met hun basic training, inclusief een cursus Kinyarwanda. Jammergenoeg vertrekken ze dus morgen ieder naar hun eigen stekkie ergens in Rwanda. De afgelopen twee weken hadden we regelmatig contact (zeker omdat ik toch maar alleen thuis was (de Koreaan was er soms ook, maar daar heb je weinig gezelligheid van)). Zo heb ik ze uitgenodigd om bij ons thuis lasagne te komen eten. Ze wonen namelijk in een convent hier
in Butare en da’s niet de meest luxueuse plek in ‘t dorp. Elke dag lokaal voer, slapen in kleine kamertjes met weinig luxe en/of privacy. Na enkele dagen uitstel was het donderdagavond dan zover. De vijf dames die ik het beste kende kwamen af (zo, da’s effe een Vlaamsisme… Wist niet dat ik dat nog in me had :-)). Gelukkig maar vijf, want ze zijn in het totaal met 34 vrijwilligers :-). We hebben een heel gezellige avond gehad, heerlijk gegeten, gedronken en
gelachen. En voor hun begrippen een berg luxe, zoals een fornuis en een koelkast. Ineens ga je je eigen stekkie stukken meer waarderen!
Als tegenprestatie hebben ze gisteren de paasbrunch verzorgd. Natuurlijk wel weer bij ons thuis, maar dat vonden Claudio en ik geen enkel probleem (en de Koreaan was toch het hele weekend weg zoals gewoonlijk)! Lekkere pannekoeken, ommelet, sangria en fruitsalade. Een heerlijke paaszondag, met als voordeel dat ik nu een aantal adressen verspreid over Rwanda heb waar ik langs kan gaan. Zoals bijvoorbeeld een uitnodiging voor een 4th of
July-barbeque in Kibuye!

Nu staat de werkweek weer voor de deur. Vandaag maar eens wat college voorbereiden. Nog twee weken voor het einde van het semester en de komst van paps, mams en de meiden!

Druk weekend met leuke evenementen

Afgelopen vrijdag was de diploma-uitreiking. Alle Bachelors, Masters en nog wat andere diploma’s zouden worden uitgereikt in het stadion op de campus. De minister van onderwijs was er bij. En ik ook :-).

In eerste instantie had ik geen uitnodiging gehad (in elk geval niet via de Research Commissie), maar donderdag vroeg mijn kamergenoot bij natuurkunde of ik m’n jurk al gehaald had. Toen ik vertelde dat ik geen uitnodiging had is ‘ie daar meteen achteraan gegaan. Het was al 16:00, maar om 17:00 kwam ‘ie terug met uitnodiging en een toga :-). De toga’s van de docenten hier zijn groen met een band die aangeeft welke graad je hebt. Rood voor dr., blauw voor Masters, geel voor Bachelors en creme voor diegenen onder ons die nog een maitrise uit het Belgische systeem hebben. Volgens mij hebben de hoogleraren in Utrecht een band om de arm die de faculteit aangeeft, maar dat weet ik niet zeker. De afstudeerders hebben allemaal een zwarte toga met een cape in de kleur van hun faculteit.

Om 9:00 was het ‘alle ballen verzamelen’ voor de optocht. Alle docenten (inclusief ondergetekende) vertrokken om 9:15 (geheel volgens schema!!) in optocht achter het fanfarekorps van de politie richting het stadion. Een hele ervaring en een beetje apies kijken. Ik dacht dat mijn toga nogal aan de korte kant was, maar er waren maar weinig mensen met een passende toga. Geen enkel probleem dus. (En ja, ik ga proberen de foto’s online te zetten maar niet vanaf huis, want dat is veel te traag). Bij het stadion aangekomen mochten we de tribune op. Graad bij graad. Zoveel doctoren hebben ze hier niet, blijkt dan maar weer eens.

En toen was het krap 4 uur zitten geblazen. Na wat openingspraatjes kwam het voorlezen van de namen van de geslaagden. Per graad en per faculteit kwamen de mensen wier naam opgenoemd werd naar voren om vervolgens als groep door de minister beëdigd te worden. Gelukkig werden de diploma’s niet tijdens de ceremonie uitgedeeld, want dat zou voor 1452 kandidaten toch wat erg uit de hand lopen. Helaas zaten er geen bekenden van mij bij, want mijn jongens zijn derdejaars en een Bachelor krijg je hier na vier of vijf jaar noeste arbeid.

Na de plechtigheid verliet iedereen het stadion. Sinds vorig jaar wordt namelijk tegelijk met de diploma-uitreiking de Expo gehouden. Een grote markt waarop alle studentengroepen hun bezigheden laten zien aan de buitenwereld. Bijna elke student is hier betrokken bij een of ander maatschappelijk project. Van heel praktisch zoals het geven van AIDS voorlichting en het bouwen van fatsoenlijke toiletten in dorpjes tot het bidden voor weet ik veel.

Mijn studenten hadden ook een stand en we hadden een aantal demonstratie-experimenten voorbereid. En met succes! Alle drie de dagen (vr, za, zo) stond de hele tent vol. Erg leuk en enthousiasmerend voor de studenten (en mij). Ik had m’n studenten wel verteld dat ik niet elke dag van 8:00-18:00 aanwezig zou zijn. Het blijft natuurlijk wel weekend ;-). Maar goed, ze hadden een aantal experimenten speciaal voor mij overgelaten, zodat ik die kon demonstreren. Erg aardig (en wel zo veilig ;-)). Maar goed, als fundamenteel onderzoeker is het best lastig om uit te leggen hoe je demo post in het thema “Hoe de verenigingen zich inspannen om de EDPRS-doelen te halen”. De EDPRS is de Economical Development and Poverty Reduction Strategy. En wat doe je dan met een laser of een elektronenbundel?? Ach, je vezint wat en probeert mensen enthousiast te maken. En dat lukte aardig, al zeg ik het zelf.

En na zo’n weekend is het dan weer gewoon aan de slag. Momenteel geef ik op maandag en vrijdag computercursussen aan respectivelijk mijn fysicastudenten en wiskunde Masterstudenten. Op woensdag en donderdag volgen dan de gewone atoomfysica colleges, dus voor de RC blijven alleen dinsdag en vrijdagochtend over. Druk qua voorbereidingen, hoewel ik wel probeer om de computercursussen gelijk op te laten lopen. Dat lukt niet altijd, want de masterstudenten zijn hier duidelijk een stuk verder dan mijn derdejaars. Maar goed, dat komt ook omdat de masters minimaal twee jaar ouder zijn, maar vaak ook nog een jaar tussendoor als tutorial assistant aan de uni hebben gewerkt. Ze zijn duidelijk doelgerichter en hebben meer vragen. En hun Engels is beter, wat op computergebied natuurlijk wel prettig is. Tenslotte hebben ze een salaris en hebben meestal een laptop, dus kunnen ze thuis oefenen. De fysicajongens hebben geen toegang tot computers, want het computerlokaal heeft maar 8 PCs en is meestal in gebruik voor lessen. En zonder begeleiding mogen ze er sowieso niet in… Er moet nog veel gebeuren om de uni tot het e-learning instituut te maken dat ze graag willen zijn.

Goed, tijd om naar bed te gaan. Tot snel!

Visumvervolg

Een korte update over de status van m’n visum. Zoals ik van ‘t weekend schreef was er iets met de formulieren niet goed. Wat bleek nou, ik had toch het juiste formulier. Alleen had ik het met pen ingevuld en dat was niet de bedoeling. Ik moest de PDF op de computer invullen (en dat dokument weigert te saven, zo is ‘ie gemaakt) en daarna printen (want m’n handtekening moest wel echt zijn natuurlijk). Maar printen, dat kon daar niet, want de enige printer bij PZ heeft een parallelle poortaansluiting, en die heeft mijn laptop niet meer. En zoals gezegd, opslaan op een usb-stickie gaat niet…. En de computer waar de printer aan hangt heeft geen PDF reader…. Jaja, het leven is niet altijd makkelijk. Uiteindelijk een PC-printer combo gevonden waar alles wel werkte en toen de boel weer afgegeven.

Toen kwam de vraag of ik een reçuutje had van het geld dat ik bij binnenkomst in Rwanda betaald had. Maar ik heb helemaal niks betaald op het vliegveld. Dat kon de visum-dame van PZ niet geloven. Ik heb nog uitgelegd dat ik m’n huidige visum in NL heb gehaald en daar betaald, maar dat ik voor dit nieuwe visum nog niks betaald had. En waar zou ik dat moeten betalen?
Het mocht niet baten. Ik hoefde nu niks te betalen, maar ze vond het raar dat ik op het vliegveld niet betaald had. Maar dat had ik net uitgelegd…. *zucht* :-).

Ondertussen weet ik dat mijn huisgenoot een iets andere weg bewandeld heeft. Hij heeft de bij het lokale kantoor van de belastingdienst betaald voor z’n visum. Niemand daar wist het precieze bedrag, dus heeft hij maar gewoon hetzelfde bedrag betaald als z’n voorganger. Hij zal wel zien of het geaccepteerd wordt. En ik ook… Inmiddels nadert 1 april met rasse schreden, dus laten we hopen dat ze wat opschieten.

Wordt vast en zeker vervolgd…

Older posts

© 2018 Lennart's weblog

Theme by Anders NorenUp ↑