Lennart's weblog

Open source, computers, Africa and other more (or less) interesting stuff.

Tag: Kigali

Uganda en het einde

Jullie hadden nog wat van me tegoed: het laatste deel van mijn heldenepos over de avonturen in centraal Afrika.

Na ons gorilla-avontuur op de flanken van de vulkanen zijn we naar Kigali gereisd om daar een dagje bij te komen van het inspannende avontuur. En zo vertrokken we, een dag later dan gepland, op vrijdag 3 augustus vertrokken naar Uganda. Met de VIP bus. Een dikke acht uur over een soms goede, maar regelmatig slechte weg richting Kampala. Na ruim een uurtje kwamen we aan bij de Rwandese-Ugandese grens. Een verademing want twee uur in de rij staan. Dat was lekker, want m’n benen konden eindelijk weer even gestrekt worden, en je had even rust aan je kop. Want in VIP bussen hebben ze video. Met fantastische Ugandese rap, of erger nog, gospels… Kortom, hel. Zelfs m’n oordopjes konden het geluid niet onderdrukken, daarvoor houden ze teveel van oehoerend hard.

Enfin, de aankomst in Kampala was fantastisch. Wat een heerlijke grote stad was dat na Butare en Kigali. Een verademing. Behalve letterlijk dan, want dan valt je ook op dat het verkeer in Kigali niet eens zo heel erg verstopt zit. En dat het anti-plastic-zakken-beleid en het maandelijkse verplichte gemeenschapswerk (iedereen moet z’n straat schoonmaken of ander werk doen voor de gemeenschap) in Rwanda z’n vruchten afwerpt. Maar toch, het was heerlijk om de veelheid aan hoge gebouwen en winkels te aanschouwen. Een mens mist de consumptiemaatschappij soms best :-).
Na wat omzwervingen kwamen we uiteindelijk bij een hostel uit dat nog wel plek had en ik vond het prima. Even zitten en bijkomen. En het had wat weg van een camping met een wat groot uitgevallen kantine, dus voor mij perfect voor het vakantiegevoel.

Zaterdag hebben we uitgerust en lekker gegeten bij een Italiaan. En zondag kwam de klapper. Raften op de Nijl bij het plaatsje Jinja, waar de Nijl uit het Victoriameer stroomt. Wat een heerlijke dag! Lekker veel stroomversnellingen en fantastisch weer. Adrift had het perfect geregeld. We werden opgehaald en weer thuisgebracht en na afloop was er een BBQtje met wat bier om weer op krachten te komen.

De drie dagen daarop hadden we een safari geboekt naar Murchison Falls National Park. Met een busje, een jeep, twee chauffeurs, vier Britten van mijn leeftijd en een gezin van zes Nederlanders (ja, die zijn er meer) gingen we op pad. Ditmaal over de beste weg die ik in heel Afrika gezien heb. Lang, recht, en onlangs geasfalteerd. Een genot!
Het middagprogramma bestond uit een tochtje naar de Murchison Falls, alwaar de Nijl zich door een zes meter brede kloof wringt. Erg spectaculair! En toen naar het basiskamp. Met bar! En ‘s avonds werd er lekker voor ons gekookt waarna we moe in ons tentje (!) kropen, maar niet voordat we even naar de wrattenzwijnen hadden gekeken die gezellig het terrein op waren gewandeld op zoek naar restjes.
De volgende ochtend vroeg op voor een game drive. Leuke beestjes gezien! Olifanten, giraffen, apen, hertjes in allerlei soorten en maten en zelfs twee leeuwinnen op jacht. Alleen geen zebra’s niet, die hadden ze niet. Na een lekker lunch zijn we weer vertrokken, ditmaal voor een cruise op de Nijl. Langs hippo’s en krokodillen op naar Murchison Falls, maar nu dan van onderaf gezien. Nou ja, onderaf, je blijft er toch nog een behoorlijk stuk vandaan. Ik vermoed dat ons bootje niet zo tegen de stroming was opgewassen en wellicht wilden ze ook niet het risico lopen op een botsing met rotsen. Of erachter komen dat keren in de kloof wat moeilijk is.
Woensdag, de laatste dag van de safari, begon weer met een heerlijk ontbijt waarna we naar het begin van het park reden, waar een bos is met chimpansees. Ons gorilla-avontuur indachtig waren we ietwat huiverig, maar de bergen waren lang niet zo hoog. Eigenlijk gewoon heuveltjes, dus dat viel goed mee. Wel weer een wandeling van een uur of drie, dus we waren desalniettemin blij om het weer gered te hebben. Na een wederom goede lunch (onze chauffeuse was een fantastische kokin!) vertrokken we weer richting Kampala. Daar alles klaar gemaakt voor de terugreis naar Kigali. Weer met de bus, weer klereherrie (maar beter dan de heenweg, geen gospel maar Nigeriaanse soaps). Donderdagavond kwamen we moe maar erg voldaan weer in Kigali aan.

Vrijdag de 10e zijn we, na wat boodschappen te hebben gedaan bij La Galette, weer met de Volcano bus naar Butare gereden. Een heerlijke thuiskomst. De Texaan en de Pakistaan hadden de boel nog redelijk op orde, hoewel ze me wel gemist hadden :-). En de Koreaan? Wat hij ervan vond weet niemand.

De volgende dag had ik m’n afscheidsfeestje gepland, maar eerst moesten we ‘s ochtends nog even naar de bruiloft van Alice, een collega van mij bij de Research Commissie. We hadden ervoor gekozen om naar de bruidsschatceremonie te gaan omdat dat toch wel heel anders is dan bij ons. De twee families zitten tegenover elkaar en er wordt breed uitgemeten hoe goed de familie van de bruid wel is en dat de vader van de bruidegom dus over de brug moet komen. Er gaan wat flessen whisky richting de vader van de bruid en er wordt veel gelachen. Even later mogen ook andere mannen van de families zich ermee bemoeien en worden er wat oude koeien uit de sloot gehaald over hoe leden van de ene familie leden uit de andere al dan niet onjuist hebben bejegend. Maar alles onder het genot van Fanta en veel gelach. Uiteindelijk komt er zelfs even een echte koe om de hoek kijken en wordt er een traditionele dans uitgevoerd. De ‘herders’ komen nog een verhaal vertellen (of zoiets) en dan komt eindelijk de bruid naar buiten. En dan is er champagne! Voor het bruidspaar, welteverstaan.
Daarna zijn we weggegaan, het liep al tegen de middag en er moest nog ingekocht worden voor het feest. Uiteindelijk hadden we mooi alles op tijd klaar en kwamen de eerste mensen binnendruppelen. Helaas was, geheel in Rwandese stijl, de kok van Chez Gicongoro nog niet aan het maken van de brochettes toegekomen, toen mijn huisgenoten daar aankwamen om ze op te halen. Dus dat duurde wat langer, maar het mocht de pret niet drukken, het werd toch nog een gezellige avond!

De week die daarop volgde stond in het teken van achter m’n laatste geld aanzitten, nog wat bespreken en een borrel met het hoofd van Natuurkunden en een etentje bij m’n baas van de research commission. En Lean mocht mooi ‘de vrouw van’ spelen :-). Uiteindelijk is het niet gelukt om m’n cheque op tijd te krijgen, maar gelukkig vloog de Texaan toch via Amsterdam, dus met een handgeschreven machtiging van mij is het hem een maandje later toch gelukt om de dollars te cashen. Toppie!

En zo kwam er op donderdag 17 juli dan toch een einde aan een avontuurlijk half jaar. Ik ben ontzettend blij dat ik het gedaan heb. Ik heb het, ondanks sommige dipjes, vreselijk naar m’n zin gehad. En wie weet ga ik volgend jaar nog wel even terug voor een maandje. Dat aanbod heb ik in elk geval op zak!

Bedankt voor al jullie steun en reacties!

Len.

Over Noorwegen, Kigali en Chez Mzungu

Vorige week zaterdag (6/6), lekker weer en dus was Lennart te vinden in het zwembad van het Credo hotel. Lekker genieten van het warme weer, een Fanta citron en koud, helder zwembadwater. De enige andere aanwezige witneuzen waren twee meiden. Je luistert wat, probeert de taal te ontcijferen, maar echt lukken wilde het niet. Soms leek het Duits, soms dacht ik dat het Tsjechisch of iets anders Oost-Europees was. Of wellicht Fins. Toen ze weggingen raakten we aan de praat, het bleek Noors te zijn. Toen realiseerde ik me ook dat ik ze in m’n eerste week ook al gezien had, toen ik regelmatig bij Ibis lunchte. Ze werken als vrijwilliger voor het Noorse Rode Kruis, negen maanden in Rwanda lokale Rode Kruis-vrijwilligers helpen opleiden. Ben met ze richting de stad gelopen, want ik moest toch nog boodschappen doen. Bleek dat ze al snel weer terug naar Noorwegen gingen. Jammer!

Nadat ik langs de markt was geweest kwam ik ze tegen bij Matar. Weer aan de praat geraakt natuurlijk en dus maar lekker een versgeperst aardbeiensapje besteld terwijl ze hun pannenkoeken verder opaten. Bleek dat ze dat sapje nog nooit gehad hadden. En dat is een van de beste dingen in town! Pure gepureerde aarbei! Hmmmmmm! Leverde
me meteen een uitnodiging op om die avond mee te gaan naar de Melo Twist, onze lokale disco/dancing. Ze gaven namelijk hun afsccheidsfeestje, maar de lokale collega’s waren niet zo van het uitgaan enzo. Hier is zo’n feestje vaak rond negenen afgelopen. Ze moesten zelfs stoelen op een rijtje zetten en speeches verzorgen en aanhoren. Arme schapen, hadden niemand om mee uit te gaan. En, je kent me, nooit te beroerd om iemand uit de brand te helpen, dus de Texaan, z’n collegastagiair en ik waren die avond ook mooi te vinden in de Melo Twist. Voor mij de derde keer, en, dat moet gezegd, de gezelligste. Rond 4:00 thuis :-). De eeste keer hier in Rwanda.

De volgende dag weer mooi weer, en omdat we toch te moe waren om ietszinnigs te doen, lekker weer naar het zwembad vertrokken, hoewel het al drie uur was. Door de ligging van het zwembad aan de verkeerde kant van de heuvel is de zon al rond 16:00 uit het zicht. De meiden bleken hetzelfde idee te hebben gehad, dus dat was weer even gezellig. Bleek dat ze ook onze lokale superchinees, restaurant “Chez Gicongoro” niet kenden. De leverde hun dus een uitnodiging op om die avond met ons (de twee Texanen en mij) aldaar door te brengen. De arme schapen wisten wederom niet wat hen overkwam op culinair gebied. Zo blijkt maar weer dat Irene gelijk had: “Het maakt hier niet uit wie je bent, maar wie je kent!”.

Na afloop van die gezellige avond hebben we ze meteen maar uitgenodigd voor wat inmiddels een klassieker mag heten: mijn lasagne. (Ik voel met net Hyacinth “it’s BOUQUET!” Bucket: “I’ll invite you to one of my candlelight suppers…”.) En voor degenen die wat wantrouwend worden: ze zijn allebei bezet in Noorwegen, dus niks aan het handje.

Dinsdagavond was inderdaad gezellig en geslaagd. Weer het een en ander geleerd over het belang van voldoende kaas op de lasagne. Woensdag bracht een verrassing: ik wordt tegen vijven gebeld door Engelbert (de man op de uni die over het huis gaat) dat ‘ie over een half uurtje komt met de nieuwe huisgenoot. Ik wist van niks! Maar goed, een uurtje later komt ‘ie inderdaad aan met een nieuwe gast. Een Pakistaan (recentelijk uit Zweden) die hier drie
maanden komt helpen met de ICT infrastructuur van de uni. Gelukkig wel een gezellige vent, want met vier kerels in huis voelt het ineens erg vol aan. Ik weet alleen geen zak van cricket en het blijkt net dat het wereldkampioenschap aan de gang is… Eigenlijk wel prettig dat ik er niks van weet. Scheelt een hoop gebabbel aan m’n kop. Dat mag de
Texaan nu opvangen, die heeft twee jaar Peace Corps in de Caribean achter de rug en weet dus wel de bal van de bat de onderscheiden :-).

Afgelopen vrijdag zijn de in-house-Texaan, de andere stagiair uit Texas en ik naar Kigali vertrokken. We zouden de Noorsen daar ontmoeten om hun afscheid te vieren. Ze hadden ons aangeraden in de Auberge La Caverne te slapen en inderdaad, dat is een leuk en niet duur plekje. Geen franje, maar centraal gelegen (voor de kenners, net
iets onder de rotonde, aan de weg richting Butare). Erg handig.
Als dank voor de lasagne van dinsdag trakteerden de dames ons op tapas bij de lokale Spanjaard (restaurant Torero). Ik wist niet dat die tent bestond, maar het was er super. Voor ons provincialen toch echt weer even wennen. Zowel aan de concentratie witten, als aan de heerlijk westerse muziek, en niet te vergeten de grote-stad-prijzen. Niks
brochette voor 1500RwF hier. Die avond was er live muziek, fantastisch! Een band die bluez en rock&roll speelde. Terwijl wij op de meiden wachtten, die nog een afscheidsreceptie van het Rode Kruis hadden hebben we mooi kunnen volgen hoe e.e.a. werd opgebouwd. Uiteindelijk kwamen de dames, na ons verscheiden malen op de hoogte te hebben gehouden via SMS, rond 22:30 aan in het restaurant. Rwandese speeches duren erg lang! Maar goed, toen konden we ons dan eindelijk tegoed doen aan heerlijk ‘anders’ eten. Ter afsluiting lekker gedanst en rond een uur of twee weer richting de kooi. Kortom, een fantastische avond.

Kortom, de afgelopen week stond overduidelijk in het teken van Noorse dames. Erg jammer dat we elkaar niet eerder ontmoet/gesproken hebben, dan hadden we allemaal een nog leukere tijd gehad.

Vanochtend lekker uitgeslapen (nadat ik wel Israels radio uit moest zetten, want die knakker stond al zingend de vloer te boenen…). Rustig verder geprobeerd te slapen en rond een uur of twaalf opgestaan. Verder rustig aan gedaan. Vanavond lekker couscous gekookt voor de heren (exclusief de Koreaan natuurlijk, die eet nooit mee). Had afgelopen week namelijk voor het eerst een courgette gevonden. Een welkome afwisseling op het groentemenu. Als ze nu ook nog harissa en lam hadden gehad was het perfect geweest. Desalniettemin waren de reacties positief :-).

Door de komst van de Pakistaan en mijn aanstaande semi-vertrek hadden we van de week tegen elkaar gezegd dat het voorlopig wel uit zou zijn met ons Restaurant “Chez Mzungu” en het uitnodigen van allerlei vrouwelijk schoon (want om onbekende redenen is het aantal mannelijke gasten altijd bijzonder laag geweest). Met vier man in het huis is het al snel druk en wordt gasten uitnodigen lastig. Helemaal als de chefkok ook nog eens op pad is. Maar goed, om het gevoel nog even vast te houden heb ik in een creatieve bui vandaag een zwarte stift en wat A4tjes ter hand genomen. Dus sinds twee uur des middags hangt er een mooi ‘spandoek’ “Chez Mzungu” Boven de keukendeur en de eettafel. Het wordt hier nog gezellig :-). De Texaan was bij thuiskomst aangenaam verrast. Dat kon ‘ie ook wel een beetje gebruiken, want beide Texanen wilden vandaag naar Nyungwe gaan en hadden daartoe de bus geboekt die uit Kigali richting Cyangugu gaat. De bus kwam netjes om 8:30 aan en er was inderdaad plek. Tot zover alles goed. Alleen waren ze vergeten aan te geven dat ze bij het Guesthouse uit wilden stappen. Domdomdom, zoiets ruikt ook een Rwandese buschauffeur niet. Dus eindigden ze in Cyangugu, aan de Congolese grens :-). Na een lunch daar was het enige dat ze konden doen de bus terugnemen, wilden ze nog voor het donker thuis zijn. Maar goed, ze zijn toch mooi twee keer door Nyungwe Forest gereden :-). Gelukkig hadden ze wel aapies gezien onderweg.

In Kigali hadden we een wereldkaart gekocht voor Israel. Een ideetje van de Texaan. Zo kan ‘ie mooi aangeven uit welke landen hij ‘gasten’ heeft gehad. Israel was helemaal verbaasd, maar zodra ‘ie doorhad wat de bedoeling was en dat de kaart midden in de woonkamer kwam te hangen was ‘ie weer grijns van oor tot oor. Ik hoop voor hem dat ‘ie nog veel naamkaartjes toe kan voegen.

Er is inmiddels ook weer nieuws over het hoofdstuk “Hoe krijgen we de tuinman/gatekeeper/nachtwaker ontslagen”: Vorige week kreeg ‘ie eindelijk z’n ontslag aangezegd. Als alles goed gaat (als!), dan is de oude morgen exit hebben we een nieuwe. Eens zien of we niet van de regen in de drup terechtkomen :-).

Nog iets meer dan een week en dan komt Lean! Nog een weekje werken en dan zit het echte werk erop. Dan volgen nog een week of drie reizen en dan zit is dit avontuur ook weer ten einde… Wel jammer, maar ook wel weer lekker om naar huis te gaan. Zeker zo zonder ‘t meisje is het hier soms best eenzaam, ondanks alle leuke contacten. Als ik terug ben in ons Kikkerlandje zal ik wel weer anders piepen.

En op de tonen van Pater Moeskroens “Roodkapje” (“NAAR OMAAA!”) neem ik weer afscheid van m’n publiek. Hopelijk spreken we elkaar nog voor Lean en ik op pad gaan.

Cottage in Mombasa

Dit weekend ben ik weer naar Kigali geweest. Vrijdagmiddag zijn Niels en z’n vriendin Erin aangekomen. Zij doet een promotieonderzoek op het vlak van Afrikaanse vredesmissies en maakt mooi van de gelegenheid gebruik om hier wat veldwerk te doen. Ik zou zaterdag naar ze toe komen en t/m zondag blijven. Dus maar eens gebeld met mensen in Kigali waar ik altijd terecht kon als ik eens in de buurt was. Nou, dat kwam neer op een typisch gevalletje “You can have my cottage in Mombasa” (*).
Dus Niels maar gebeld om een kamer in hun hotelletje te reserveren. Bleek een fantastisch idee. Ze sliepen in de Auberge du Beau Sejour. Een eindje buiten het centrum, maar schitterend gelegen, en met de taxi-moto ben je er zo (jammer dat ze hier geen Nederlands spreken, zou mooie slagzin zijn). De kamers waren verdeeld over verschillende huizen, met gedeelde badkamer en verbonden via een heerlijke tuin. We hadden een huis voor ons drietjes en voor het eerst heb ik lekker op de veranda zitten lezen. Kigali is een stuk warmer dan Butare (wat hoger ligt), maar ook omdat er hier wel fatsoenlijke stoelen zijn. Thuis staat er een soort van houten keukenstoel en dat is ‘t. Hier stonden stoelen die ik me kan herinneren van ons huis in Butare: met een zit- en een rugkussen waarvan je niet weet of het rugkussen op het zitkussen moet of dat het rugkussen op de bodem moet rusten met het zitkussen ervoor.

Lekker in de buurt gegeten. De eerste (herkenbare) kip in Rwanda. Met aardappelen en (kook-) bananen. Een variant op de ‘akabenze’ die ik donderdag met Claudio, Corrie, John (archeoloog, bijna klaar met z’n promotie) en Maurice (Rwandees die met John samenwerkt) in hartje Butare had gegeten. Ook hier de aardappelen en bananen, maar dan met varkensvlees. Alles besteld per kilo (!) en geserveerd op een grote schaal met een paar vorken. En dan lekker graaien :-). De naam ‘akabenze’ schijnt te komen van het feit dat men een varkenssnuit op een Mercedes-Benz-ster vindt lijken :-). Terwijl we zaten te eten kwamen er wat locals binnenlopen en we hoorden dat er iets over de Mzungu’s werd gezegd. Maurice was zo vriendelijk om te vertalen: “Als zelfs de witneuzen hier akabenze eten, dan moet het wel goed zijn”. En dat was het dus ook!

Na lekker met Niels en Erin te hebben bijgekletst tijdens het eten en op ‘hun’ veranda, toch maar op tijd gaan slapen. Zij hadden nog een jetlag en ik was nogal brak want vrijdagavond waren Claudio, Corrie, John en ik nog uitgeweest in de Melo Twist, de dancing bij hotel Faucon. Een belevenis op zich, maar wel wat veel bier. Zeker voor mijn doen. En rap/hiphop is niet helemaal mijn muziek, dus om een uur of twee had ik het wel gezien. Lekker gaan pitten, ben ik vergeten m’n telefoon uit te zetten. Belt om bloody 8:00 die zuster (van de nonnen-soort) op die ik de vorige keer op de weg terug van Kigali in de bus had leren kennen. Of ik zin had om zondagmiddag langs te komen. Dan kon ik ook meteen kennis maken met een vriendin van haar die hier arts is. Daar zat ik echt op te wachten op zaterdagochtend vroeg… Maar goed, wel aardig dat ze me belde, maar ik zou in Kigali zijn, dus dat ging niet.
Dan maar weer slapen. Proberen. Tot een uur of tien, toen stak een Japans meisje haar kop om de deur met de vraag of ik haar het huis uit kon laten, want ze had geen sleutels. De Koreaan die bij ons in huis woont had haar vrijdagavond uitgenodigd voor een hapje en blijkbaar was ze blijven slapen, want ze kwam uit Kigali. Maar die kluns was dus wel vertrokken op zaterdagochtend. De boy zit dan in de kerk, dus kon ik m’n bed uit om haar vrij te laten.
Kortom, m’n zaterdag begon wat minder, maar eindigde wel heel goed met Niels en Erin. Ze hadden stroopwafels, bitterkoekjes, drop en tijdschriften meegebracht. Allemaal zeer waardevol! En Erin blijkt een leuke meid te zijn met veel Afrika-ervaringen, Uganda, Kenia, Tanzania, Nigeria en Zuid-Afrika zijn al haar revue gepasseerd. Rwanda kende ze nog niet en het valt haar 100% mee. Een aantal zaken die mij ook al opvielen (vergeleken met Kenia dan): De mensen zijn terugetrokken, wel zo prettig als je als blanke rustig wil rondlopen. Veilig. Schoon. Groen!
Als klap op de vuurpijl hebben ze besloten om, in plaatgs van Kigali, Butare hun thuisbasis te maken voor de drie weken dat ze hier zijn :-). Gezellig! En dus zijn ze gezellig meegegaan met de bus terug en hebben we zondagmiddag een hotelletje net buiten het centrum voor ze gevonden, aan mijn kant van Butare. Ziet er prima uit, met terrasje, snackbarretje en nette kamers.

Maandag tussen de middag gaan we met z’n drieen naar de markt. Daar ben ik tenslotte ook nog niet geweest en Erin wilde graag iets Afrikaans op tafel zetten. Ben benieuwd!

(*) Als ik me goed herinner gaat het verhaal als volgt, maar papa en mama zijn de daadwerkelijke autoriteit op dit vlak. Toen we begin de jaren ’80 in Afrika woonden was er een pakistaan die als dank voor geleende flessen whisky altijd het gebruik van z’n huis in Mombasa (Kenia) aanbood: “You can have my cottage in Mombasa” (denk hierbij ook aan het juiste accent). Als het puntje bij paaltje kwam en je wilde er gebruik van maken, was ‘ie altijd net bezet door een neef, zus, vriend of welk ander schepsel dan ook. We zijn er nooit achtergekomen of het hutje daarwerkelijk bestond…

[Edit: tekst enigszins aangepast n.a.v. de correcties van de oude muzungu. Dankjewel!]

Eerste weekend: feestje

Vrijdag om 14:00 met de bus naar Kigali vertrokken. Als je de “lijnbus” neemt i.p.v. de minibusjes is dat net zo snel als met de auto en ruim een factor 20 goedkoper (1.800RWF, ongeveer €2,50 i.p.v. 45.000RWF). De bussen van Volcano stoppen netjes in het centrum van zowel Butare als Kigali. Bij aankomst even de Simba supermarkt ingelopen want het begon net te regenen. Meteen wat “luxeproducten” ingeslagen zoals pesto. Dat hebben ze in Butare niet. Daarna hotel Iris gebeld, maar die zaten vol. Het Okapi hotel had nog wel plek en beviel uitstekend! Het Chinese eten dat ze daar serveren is bijzonder goed. Jammergenoeg moest ik het snel verorberen omdat het inmiddels al bijna 18:30 was. Om die tijd begon de nieuwjaarsreceptie op de ambassade en ik had Fabrice, mijn taxichauffeur van de reis naar Butare na aankomst op het vliegveld, gebeld en gevraagd om me op die tijd op te halen. Hij kwam natuurlijk pas om 18:50, maar goed…

Het feestje op de ambassade was erg gezellig. Er zijn nog best veel Nederlanders hier! Lekkere Hollandse hapjes gehad zoals bitterballen (hoewel niet de echte, want lokaal gemaakt) en slagroomsoesjes. Heerlijk! Hoewel het feestje officieel tot 20:30 zou duren, was het toch pas 23:00 voor ik terugging naar het hotel. Een aantal mensen ontmoet en zo ook een adresje gevonden om de volgende keer dat ik in Kigali ben te komen slapen/biertje te drinken.

Zaterdag beetje uitgeslapen (lastig als het dieselaggregaat van het hotel ineens aanspringt), CNN gekeken (!) en toen boodschappen gedaan in Kigali. Nog meer dingen gekocht die ik in Butare niet kan krijgen, zoals ketjap, sambal, bepaalde kruiden, etc. Jammergenoeg vond ik nergens vlees in blik. Dat leek me namelijk wel handig, want wat ik tot nu toe mis is goede vleeswaren voor op brood. Bij de Nakumatt (supermarkt) was wel keus genoeg aan vers spul, maar ja, na zo’n drie uur reizen lijkt me dat ook niet meer aan te raden. Volgende keer misschien eens een salami uit de diepvries proberen… In de Nakumatt ook meteen de eerste echte tropische bui meegemaakt, inclusief uitvallende elektriek. De kassa’s werkten nog wel, trouwens. Slimme jongens :-).

Op de terugweg zat ik naast een non uit Chili. Bijzonder goed voor m’n Frans, want ze sprak geen Engels. Tweeëneenhalf uur achter elkaar Frans praten is wel even wennen. De rit is dan wel zo voorbij. Lean, ik heb een adres voor je in Chili en mogelijk ook in Peru :-).

Zondag poging tot uitslapen gedaan, maar ook dit keer ruw verstoord. De boy vond het nodig om om 8:30 z’n reli-radio aan te zetten. Dat dat geen goed idee was heb ik ‘m ook maar meteen duidelijk gemaakt. Nog wat geprobeerd te tukken, maar dat ging ook niet meer. Dus toen maar lekker ontbeten met de luxe sesambolletjes uit Kigali (Lean, een van je zakjes hagelslag is op! Geef er maar weer een paar mee aan papa en mama als ze komen) en een kopje thee op de veranda in het zonnetje. BBC World Service op de achtergrond. Prima!

‘s Middags dacht ik lekker te gaan internetten op kantoor, maar dat viel tegen. Geen internet en even later ook geen stroom. Dus ben ik maar begonnen met het voorbereiden van de sheets voor het college. Dat moest tenslotte ook gebeuren. Aangezien de studenten op woensdagochtend quantummechanica krijgen en ik ‘s middags al aan de
beurt ben, heb ik besloten om niet met de “traditionele” atoomfysica te beginnen. QM is daar in NL namelijk verplichte voorkennis voor. Ik ga nu eerst wat over laserkoeling en m’n promotieonderzoek vertellen. Dan kan ik later, als ze meer QM gehad hebben, alsnog met atoomfysica “traditionale” aan de slag.

‘s Middags met de taxi-moto teruggegaan naar huis, want om nog eens een dik half uur te lopen vond ik wat teveel van het goede. Zeker omdat het na de bui van die middag toch behoorlijk fris begon te worden en nieuwe buien dreigden.

Vooralsnog bevalt het me hier prima, maar toch fijn dat er regelmatig iemand even opbelt uit het vaderland!

© 2018 Lennart's weblog

Theme by Anders NorenUp ↑